Web Page Builder

Hof van Overdijle

Geschiedenis en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving, Deel X 1970

Helaas  afgebroken.

Voor de speeltuin (met een schommel voor rolstoelpatienten) lag tot in de jaren 1970...Beschrijving overgenomen.
"een volledig bewaarde oude gesloten hoeve waarvan de typische gebouwen nog voor het grootste deel uit de XVIIde eeuw stammen, Met haar schilderachtige inrijpoort en brugje aan de Voer vormt zij langs die zijde één bezienswaardig geheel.. Destijds bevonden zich langs deze rivier, tussen Tervuren en Leuven, meerder pachthoven. Eén na één verdwenen ze, zodat nu de ingang van het Hof van Overdijle een unicum is geworden"

Behoud van brug en poortgebouw wenselijk.

De kunst van een behoorlijke urbanisatie bestaat erin dat naast de noodzakelijke moderniseringswerken, de aloude merkwaardige getuigenissen bewaard en tot hun recht komen.

Uit: Keerpunt, V.U. Bertem in 1969 nr 4

Het hof van Overdijle is zeer oud. De benaming komt reeds voor in 1378. Toen leefde er te Bertem een vooraanstaand geslacht van Overdijle waarover geen biezonderheden gekend zijn.

In 1522 was "Thof. Overdijle" in het bezit van het Pauskollege van de Leuvense Universiteit, dat, onafgebroken, tot aan de Frans omwenteling, het pachthof behield en het liet uitbaten door haar pachters die in aanzien stonden bij de bevolking, toen hoofdzakelijk landlieden. Wanneer Jan van Beerthem, zoon van wijlen Hendrik en van Cathelijk Vander Vorst, de hoeve in voormeld jaar 1522 in pacht nam ui de handen van Adriaan Hollaer, president van het Pauskollege, besloeg het goed reeds een oppervlakte van ruim 38 bunders. De pacht werd aangegaan, naar aloude gewoonte, voor een termijn van negen jaar, mits een jaarlijkse pacht van 20 molevaten rogge per bunder en de vereffening van de verschuldige cijnzen. Het hof werd beschreven 'metten wonighen, schuren, stallen, boegaerde, winnende landen, enz.". De gebouwen bevatten ook een duifhuis dat echter ter beschikking moest blijven van het Pauskollege, wijl de pachters de duiven te onderhouden hadden in de winter, zonder mindering van het huurgeld. Ook behield de voormelde instelling zich de beste kamer in het woonhuis. In 1658 omvatte het 45 bunders, een aanzienlijk aantal voor het toenmalig dorp waar de gronden vooral verkaveld lagen onder talrijke kleine eigenaars.


In 1691, onder de veldtochten van Lodewijk XIV, werd de hoeve door Franse soldaten in brand gestoken,

Tijdens de Franse revolutie was het ganse goed aangeslagen geworden door de administratie van de 'domaines nationaux', zodat pachter Wouter het voormalige Hof van Overdijle kon kopen als 'zwart goed'. Vanaf 1727 bezat het hof een dorpsbrouwerij.
In 1953 werd het pachthof verkocht aan de Heer Frans-Maurits Hikkentik, die het gedurende enkele tijd zelf uitbaatte en het nadien in huur overliet aan de familie Van Aerde.


Daar de Gemeenteplaats vroeg of laat van uitzicht zal veranderen, vermits ze nu reeds in een biezonder plan van aanleg valt, kan nog de wens geuit worden dat de brug en poort van het historische Hof van Overdijle in ieder geval mochten opgenomen worden in de toekomstige schikking. Het is geen onmogelijkheid als de ontwerpers hun opdracht als dusdanig van de beslissende intanties krijgen.

Het in vroegere eeuwen zo schilderachtige karakter van de gemaantekom biedt reeds sedert het begin van 19de eeuw een troosteloze aanblik wegens het gebrek aan groene zones. Het weinige dat daar nog overbleef aan natuurschoon zou met uiterste zorg dienen beschermd te worden.