Miljoenen jaren heeft de oermens veilig in de kruinen van de bomen geleefd. Het specifiek gebit met snij-, maal- en hoektanden en lang darmstelsel toont aan dat de mens een fructivoor of vruchteneter is. Trouwens, de biologische overeenkomsten met de primaten zijn sluitend. De oermens voedde zich met bessen, fruit, noten, zachte zaden en pitjes. In dit voedingspatroon vinden we aan de ene kant de calorierijke voedingsmiddelen die eiwit en vet leveren en aan de andere kant de caloriearme voedingsmiddelen die grote hoeveelheden water, maar ook vitaminen, mineralen en ballaststoffen of ruwe vezels bevatten. Ze vormen samen een goed zuur-base evenwicht. Door omstandigheden heeft de mens de kruinen van de bomen verlaten en zich op de vlakte gevestigd. Daardoor werd hij verplicht rechtop te lopen (homo erectus) en zich te voeden met wat er voorhanden was. Door de ontdekking van de granen en vooral door deze zelf te gaan verbouwen door de ontwikkeling van de landbouw en ze tot gerechten te verwerken, werd de mens minder afhankelijk van de natuur en ontwikkelde zijn eigen voedingspatroon. Daardoor werden de overlevingskansen vergroot en wist hij zich over heel de wereld te vestigen. Het dragen van kleding heeft eveneens hiertoe bijgedragen.
Lichaamsvreemd voedsel
Volgens deskundigen is de ontwikkeling van de landbouw de belangrijkste oorzaak van ziekten. De samenleving van mens en dier, gebrek aan hygiëne en door het gebruik van een voedingspatroon dat sterk afwijkt van zijn origineel vruchtendieet hebben voor talrijke ziekten gezorgd. Vruchten bevatten enkelvoudige suikers die meteen worden opgenomen en weinig verteringsenergie vergen. Granen bevatten echter zetmeel dat eerst moet worden afgebroken tot dubbele en nadien tot enkelvoudige suikers omdat de mens alleen enkelvoudige suikers kan opnemen. Omdat er vaak een tekort was aan voedsel, is hij planteneters gaan doden, aanvankelijk voor de maaginhoud en later ook voor het vlees. Omdat ons gebit daarvoor niet is geschikt en ons darmstelsel te lang en te ingewikkeld is, werd het vlees gebraden of gebakken waardoor de structuur zachter werd. Vlees bevat geen ballaststoffen waardoor de feces te traag en vaak onvolledig worden uitgescheiden. Het eten van vlees vervuilt het darmstelsel, vandaar dat wetenschappers het verband leggen tussen de graan- en vleesvoeding en de toename aan ziekten. Omdat er een verband is tussen de darm en de immuniteit leidt dit immers tot een verhoogde vatbaarheid voor ziekten. Bovendien is onze darm verbonden met onze hersenen, wat de darm-hersen as wordt genoemd. Een vervuilde darm heeft daardoor een grote invloed op de gemoedstoestand en ligt vaak aan de basis van psychische aandoeningen en emotionele problemen. Ondanks deze drastisch veranderingen in zijn voeding- en leefpatroon is de mens erin geslaagd om te overleven. Dat heeft hij voor een deel te danken aan het gebruik van kruiden en andere eenvoudige remedies waardoor naast de landbouw ook de geneeskunde uit noodzaak werd ontwikkeld. Ondanks deze lange evolutie beschikt de mens nog steeds over een verteringsstelsel als fructivoor. Gelukkig heeft men de laatste jaren het belang van de vruchten ingezien en kiezen steeds meer mensen voor een fruitontbijt en schakelt men steeds meer vruchten in zoals bessen, watervruchten, noten, zachte zaden en pitten.
Grote belangstelling
Het vegetarisme kent op dit ogenblik grote belangstelling en steeds meer mensen stoppen met het eten van vlees en vis of beperken hun vleesgebruik. Daardoor krijgt men een meer gevarieerd voedingspatroon wat veel voordelen biedt. De voedingsindustrie speelt in op deze nieuwe ontwikkeling en biedt een rijk gevarieerd aanbod van allerlei vleesvervangers aan, maar ook vis- en kaasvervangers. De nabootsing is vaak zo perfect dat het uitzicht en de structuur geëvenaard worden. Nochtans heeft een vegetariër geen behoefte aan voedingsproducten die op vlees lijken. Gezien we van nature geen vleeseter zijn, hoeft vlees niet vervangen te worden. Sommigen beweren dat het zinvol kan zijn om tijdens de overgangsperiode deze vleesvervangers te gebruiken omdat het moeilijk is om een vastgeroeste gewoonte te verlaten. Het is echter belangrijk zich de vraag te stellen: ‘Wat ligt erop mijn bord?’ Het antwoord is duidelijk, vlees is een stuk van een gedood dier, m.a.w. er ligt een stuk lijk op het bord. Volgens deskundigen bevat vlees een zeker percentage lijkengif. Een carnivoor bezit alle kenmerken om een dier te doden en als voedsel te verslinden, maar een mens heeft deze eigenschappen niet. Vegetariër wordt men niet alleen vanuit zijn hart, maar ook vanuit zijn brein. Het is bekend dat de landbouw en vooral de dierhouderij tot de grote vervuilers van het milieu behoren. Een vegetariër levert met zijn voedingswijze een belangrijke bijdrage aan zijn gezondheid en aan een schoon milieu.
Angst om tekorten
Veel mensen willen wel overschakelen op een vegetarische voeding, maar stellen zich de vraag of er dan geen tekorten optreden. Vlees levert dierlijk eiwit, verzadigde vetzuren en cholesterol en dit zijn de ingrediënten die aan de basis liggen van hart- en vaatziekten, de belangrijkste doodsoorzaak. Vlees of vis levert absoluut geen meerwaarde, integendeel, ze belasten ons verteringsstelsel, het hart, de lever en onze gezondheid in het algemeen. Bij een gevarieerd voedingspatroon kunnen er geen tekorten optreden. Bovendien is het lichaam in staat om in een noodgeval eiwit in vet of vet in eiwit om te zetten. Veel vegetariërs geven de voorkeur aan een fruitontbijt, al dan niet in combinatie met yoghurt of kwark. Het vegetarisme zorgt voor gevarieerde gerechten. Hoewel we geen herbivoren zijn, kunnen we rauwe groente eten door deze op het bord fijn te snijden. Vooral bladgroenten kunnen we moeilijk verteren. Daarom raden we iedereen aan om deze op het bord fijn te snijden en ze samen te gebruiken met een oliesaus, vinaigrette of mayonaise. Vet heeft de eigenschap het voedsel langer in de maag te houden zodat de vertering beter verloopt. Groenten kunnen ook warm bereid worden.
Een gevarieerd voedingspatroon
Wie stopt met vlees eten hecht meer belang aan een gevarieerd voedingspatroon en experimenteert met nieuwe gerechten. Voeding krijgt meer aandacht en ziet er mooi en aantrekkelijk uit door meer aandacht te besteden aan presentatie en het gebruik van verse of gedroogde keukenkruiden die voor heerlijke smaken en geuren zorgen. Geur-, smaak- en natuurlijke kleurstoffen verbeteren de vertering en hebben meestal een genezende werking. Vegetarische voeding heeft een reinigende werking, verdrijft homotoxines en houdt ons lichaam gezond. Het zijn de lichaamseigen gifstoffen die talrijke ziekten uitlokken en in stand houden. Overschakelen op een vegetarische voeding is kiezen voor een betere gezondheid, meer menselijk geluk en een schoon milieu.
Bron: Jan Dries – www.europeseacademie.be